Jakobskruiskruid: let op en voorkom verspreiding
Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris) is een inheemse, maar invasieve plantensoort met opvallende gele bloemen. De plant is een waardevolle leverancier van nectar en stuifmeel en komt vooral voor op verstoorde bodems en in grasmatten die niet volledig gesloten zijn.
In weilanden met een dichte graszode kunnen de zaden moeilijk kiemen. Door de steeds vaker voorkomende droge zomers ontstaan echter meer open plekken in graslanden, waardoor Jakobskruiskruid zich gemakkelijker kan verspreiden. Eén plant kan 50.000 tot 200.000 zaden produceren. Deze zaden worden door de wind verspreid, voornamelijk binnen een straal van 5 meter, maar ze kunnen tot ongeveer 50 meter ver terechtkomen.
Giftig voor dieren en mensen
Jakobskruiskruid is giftig, vooral voor paarden, maar ook voor rundvee. In verse toestand herkennen dieren de plant meestal en laten ze ze staan. In hooi vormt Jakobskruiskruid een groter risico: eenmaal gedroogd herkennen dieren de plant niet meer en kunnen ze ze daardoor wel opeten.
Ook voor de mens is de plant giftig. Wees daarom voorzichtig bij het verwijderen en draag steeds handschoenen.
Wat kan je doen?
Om verdere verspreiding van Jakobskruiskruid te voorkomen, is het belangrijk om de plant tijdig te verwijderen.
- Staan er slechts enkele planten? Trek ze dan handmatig uit met handschoenen. Probeer de volledige plant, inclusief de wortel, te verwijderen.
- Zijn er veel planten aanwezig? Maai dan tweemaal per jaar. De eerste maaibeurt gebeurt best na half juli, bij het begin van de bloeiperiode. Zo voorkom je zoveel mogelijk zaadvorming.
- Maai opnieuw eind augustus of begin september om hergroei tegen te gaan en verdere zaadverspreiding te beperken.
Let op en verwijder
Zie je Jakobskruiskruid? Verwijder de plant dan voorzichtig en met de nodige bescherming. Zo help je de verdere verspreiding ervan te beperken en bescherm je grazende dieren.
