Gemeente Meise ?
Aanbevelen Bookmark Contacteer Welkom op de website van de Gemeente Meise

U bent hier: Grondgebiedszaken / Milieu / Groenonderhoud

NATUURVERGUNNINGEN
Het wijzigen van vegetaties, het rooien van houtachtige beplantingen, heggen, hagen, houtkanten, houtwallen, bomenrijen en hoogstamboomgaarden en het uitgraven, verbreden, rechttrekken of dichten van poelen of waterlopen is onderhevig aan een natuurvergunning of meldingsplicht indien deze activiteiten plaatsvinden binnen bepaalde "groene bestemmingen".
De milieudienst beschikt over de nodige formulieren, begeleidt de aanvraag, adviseert en houdt toezicht op de naleving.


DISTELBESTRIJDING EN BRAAKLIGGENDE GRONDEN
Iedere verantwoordelijke eigenaar, pachter, huurder enz. is verplicht de bloei, zaadvorming en uitzaaiing van de schadelijk geachte distels zoals akkerdistel, speerdistel, kale jonker en kruldistel met alle middelen te beletten.
Hij moet daarvoor alle middelen aanwenden van zodra hij hun aanwezigheid vaststelt of deze hem door een overheidspersoon wordt gemeld.
Ook het maaien, onderhouden en rein houden van braakgronden en van bebouwde percelen is verplicht.  In beide gevallen kunnen belanghebbenden de gemeente inlichten.
De verantwoordelijke eigenaar wordt dan door de gemeente aangemaand om deze werken uit te voeren. Indien de verantwoordelijke hier niet of onvoldoende op ingaat, kan de bestrijding / uitvoering ambtshalve en op kosten van de verantwoordelijke gebeuren.

OVERHANGENDE TAKKEN EN ONDERHOUD HAGEN
Eigenaars van bomen en planten zijn verplicht deze te snoeien zodat dat geen tak op de openbare weg, op minder dan 2,50 m boven de grond uitsteekt.
Boven die hoogte moeten de takken afgesneden worden zodat hun uiteinde minstens 0,50 m op de boordsteen van het trottoir, op de gelijkgrondse of op de verhoogde berm inspringt. Indien hieraan geen gevolg wordt gegeven, dan zullen de nodige werken ambtshalve en op kosten van de eigenaar uitgevoerd worden en dit onverminderd de straffen bepaald in het politiereglement.

AFSTANDEN VAN AANPLANTINGEN
Tenzij er lokaal andere gebruiken zijn en tenzij er bepalingen zijn opgenomen in de verkavelingvoorschriften, bijzondere plannen van aanleg of andere uitvoeringsplannen, is de horizontale afstand tot de perceelsgrens in principe 0,5 m voor hagen en 2 m voor hoogstammige bomen. (veldwetboek uit 1886) De hoogte wordt niet geregeld via voorschriften, zodat bij discussie de vrederechter de uiteindelijke knoop zal doorhakken.